Door en door koud: de brand op het schip Fremantle Highway
Jari Blokker was twee jaar officieel opstapper op de reddingboot Anna Margaretha toen hij op 26 juli 2023 werd gewekt door zijn pieper. “Samen met mijn vader en bemanningslid Kars kwam ik niet veel later aan bij de boot. Het alarm kwam van een car carrier, een groot schip. Aan boord bevonden zich drieduizend auto’s, waaronder elektrische. Het schip was onderweg van de Bremerhaven in Duitsland naar Port Said in Tel Aviv, Israël.
Aan boord was brand uitgebroken, maar de bemanning leek in staat om de brand te blussen. Ons werd gevraagd om stand-by te blijven. We vertrokken met zes bemanningsleden richting het schip, dat twintig mijl ten noorden van Ameland lag.”
Jari: “Het was een zware reis door het Akkepôllengat met muren water die op ons afkwamen. Ondertussen kwam er meer informatie binnen. De naam van het schip was Fremantle Highway. Ze was tweehonderd meter lang en dertig meter hoog. Schipper Willard Molenaar besprak met bemanningslid Arjen Brouwer de moeilijkheid van het blussen van elektrische auto’s. Dat de bemanning zelf in staat zou zijn om de brand te blussen, daar hadden zij hun twijfels bij. Uit het contact met de Kustwacht en via hen met de kapitein van de carrier konden we opmaken dat de brand erger werd. Inmiddels werd het ons duidelijk dat we als eersten zouden aankomen. Helikopters met aan boord het MIRG-team moesten nog vertrekken vanaf Schiphol. MIRG staat voor Maritime Incident Response Group, het is een team dat gespecialiseerd is in scheepsbrandbestrijding: een getrainde eenheid met speciale kleding en apparatuur.”
“Inmiddels was ook de reddingboot van KNRM Schiermonnikoog gealarmeerd. Boven het zeegat werd de zee rustiger met een lange, ronde deining van twee meter hoog. Toen we het schip naderden en omhoogkeken naar dat enorme flatgebouw kreeg ik kippenvel. Door de rook en de enorme chemische stank die er hing, realiseerde ik me waar we mee te maken hadden. De actie begon meteen. Op vijftien meter hoogte stond een man. Hij was omgeven door rook. Hij sprong te water en toen moet hij een moment bewusteloos zijn geweest, want hij pakte onze touwen niet aan. Gelukkig arriveerde de Hurricane van Rederij Noordgat van Terschelling. Zij konden bijlichten en hun touw pakte de man wel aan. Toen we hem aan boord kregen voor eerste hulp was hij er goed aan toe. De andere bemanningsleden echter stonden twee keer zo hoog: op dertig meter ongeveer en er was nog geen zicht op hulp met helikopters…”
“Gelukkig was de reddingboot KoningWillem 1 van Schiermonnikoog inmiddels in de buurt en kon er, samen met de Hurricane, een soort plan worden gemaakt om vanaf het voorschip de springende bemanningsleden een voor een uit het water te halen. Inderdaad lukte het binnenbrengen van drenkeling nummer twee ons goed, we hebben hem met de drenkelingenhaak vastgepakt, naar achter gesleept en via de drenkelingenklep binnenboord gekregen. Hij bleef alleen veel langer bewusteloos dan zijn voorganger en eenmaal wakker schreeuwde hij het uit van de pijn. We concludeerden dat hij waarschijnlijk zijn bekken had gebroken en besloten dat we hem niet konden verplaatsen. Gelukkig kwam de volgende springer beter terecht en konden we ook die aan boord nemen vanaf de Hurricane.”
“Terwijl wij onze handen vol hadden aan het verlenen van zorg aan de mensen aan boord, ging het met de vierde springer helemaal mis. Hij lag met zijn hoofd naar beneden in het \ water. Berend, een van de bemanningsleden van KNRM Schiermonnikoog, is te water gesprongen en heeft de drenkeling, onder hem liggend, aan boord gekregen. Inmiddels waren wij toe aan het oppikken van de vijfde springer, die ook weer bewusteloos aan boord kwam. We hadden inmiddels vier zwaargewonden aan boord. Mijn vader, die ambulancechauffeur is, had geen oog kunnen afhouden van de tweede springer, zo ernstig was die eraan toe. Schipper Willard wist dat we niet meer aan konden. Maar intussen sprong er nog een zesde, die aan boord van de Koning Willem 1 werd verzorgd.”
“Het was gelukkig een heldere nacht. De helikopters van de Kustwacht bleken op tien minuten vliegafstand te zijn. Er is toen met de kapitein afgesproken dat er niemand meer ging springen, maar er sprong toch nog een zevende man, die bij zijn val zijn pols brak.” “Als reddingboten hebben we toen afstand genomen om duidelijk te maken dat springen echt niet meer kon. Na aankomst hees de eerste helikopter meteen twaalf man omhoog. In de tweede helikopter zat de SAR-nurse. Die werd bij ons aan boord gebracht voor een onderzoek van de gewonden. We hebben de SAR-nurse daarna overgezet op reddingboot Koning Willem 1, waar ze inmiddels waren begonnen met de reanimatie van de man, gered door Berend. Helaas heeft deze man het niet gered.“
De gewonden moesten zo snel mogelijk naar een ziekenhuis. De drie reddingboten zijn in één groep naar Lauwersoog gevaren, na ook nu weer een stevige reis door het zeegat van het Zoutkamperlaag. We hebben de man op het achterdek ingepakt in warmtedekens en door met mijn lichaam de koude wind op te vangen kon hij buiten blijven liggen. Dat was vanwege zijn botbreuken noodzakelijk. Het was fantastisch om, aangekomen op Lauwersoog, zo veel ambulances en andere hulpverleners te zien staan en de zorg over de mensen aan hen over te dragen. Ik was door en door koud geworden”.
Het boekje De sterke verhalen van Ameland brengt op levendige wijze de unieke historie en karakteristieke verhalen van het eiland tot leven. Met aansprekende anekdotes en kleurrijke beschrijvingen biedt het een inkijkje in de rijke maritieme tradities, bijzondere gebeurtenissen en de sterke gemeenschapszin van Ameland. Het is een waardevolle verzameling verhalen die niet alleen de eilandcultuur eert, maar ook de band met de KNRM en haar inzet voor veiligheid op zee onderstreept.
Help mee het nieuwe boothuis van KNRM Ameland mogelijk te maken!